De kerk draait niet primair om mij

Mirella Klomp is één van de hoofdsprekers op het symposium van 4 september. Zij is universitair hoofddocent praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit te Amsterdam en schuift regelmatig aan bij de talkshow-tafels als het bijvoorbeeld gaat over The Passion. Meer dan een miljoen mensen kijken dan naar, en participeren in, een populair media-event van EO, KRO en NCRV.
Leo Koffeman vraagt Mirella Klomp de digitale ontwikkelingen rond de kerk sinds de coronapandemie te duiden. Haar verhaal.

De coronapandemie heeft de kerk veranderd. Digitale media zijn een blijvertje in en voor de kerk. Maar ik zie de digitale kerk de fysieke kerk niet zo snel vervangen. Het feit dat gemeenteleden, parochianen en andere kerkgangers elkaar en de kerkgang zo misten, laat namelijk wel zien dat in de ontmoeting met de Heilige de fysieke ontmoeting van mensen er ontzettend veel toe doet. Daar zie je het belang van het materiële, de fysieke ontmoeting.

Media: ook onderdeel van de schepping
Voor mij als theoloog is dat een heel belangrijk gegeven. Ik hecht veel waarde aan het materiële aspect van geloof en kerk. Gods schepping is niet een idee, maar is heel tastbaar: wij zijn mensen van vlees en bloed, gemaakt uit klei, en adem is in onze neus geblazen zoals de Schriften ons vertellen. De planten, de bomen, de dieren, de mensen die je tegenkomt als je de deur uitgaat zijn precies dat: schepping. En die schepping is niet ons bezit, maar die is ons gegeven. Zo zijn ook de digitale media ons gegeven, en zo is ook de kerk ons gegeven. Het materiële, fysieke, lichamelijke, tastbare – dat blijft belangrijk voor christelijk geloof en voor kerk, ook in een digitaal tijdperk.

Door de coronabeperkingen voelden veel kerken zich min of meer gedwongen hun vieringen online te gaan streamen of van tevoren op te nemen en uit te zenden. We hebben kunnen zien dat heel erg veel mensen het zo ontzettend lang niet (geregeld/regulier) naar de kerk kunnen gaan, gemist hebben. Dat lijkt me een onderstreping van het belang van het materiële en het fysieke. Al waren er natuurlijk ook die de online vieringen een verbetering/vooruitgang vonden.

Opgescheept…
Mij viel nog iets op. Ik heb een heel aantal mensen zich enigszins beschaamd horen realiseren dat de kwaliteit van wat jarenlang online (vaak alleen met geluid) voor gemeenteleden thuis ‘aangeboden’ was, echt onder de maat is geweest. Ik bedoel dit: de mensen die al nooit naar de kerk konden komen – bijvoorbeeld omdat ze ziek of bedlegerig zijn, of geen vervoer hebben – hebben het voor het meevieren van de liturgie soms jarenlang moeten stellen zonder beeld en met krakerig geluid. Dat heeft bij gemeenten de vraag opgeroepen of ze niet al die tijd te veel waren uitgaan van wie fit, gezond en mobiel genoeg waren om naar de kerk te kunnen komen, en te weinig oog en oor hebben gehad voor de mensen die dat niet waren. Zijn zij niet onbedoeld als tweederangs kerkgangers beschouwd? Zoals ik een predikant enigszins geschokt hoorde zeggen: “Mijn hemel, waar hebben we de thuisblijvers al die jaren mee opgescheept?!” Kwaliteit doet er dus toe, of je de liturgie nu meevieren in het kerkgebouw of thuis. Dat besef lijkt te zijn gegroeid.

… en heilzaam opgezadeld
Als kerken helemaal digitaal gaan en de fysieke ontmoeting afschaffen, dan lijkt me dat een valkuil. Kerk ben je samen, en die gemeenschap kan op zichzelf zowel online als fysiek vorm krijgen. Maar het is cruciaal voor de kerk(elijke gemeente) dat ik met de ander, die mij gegeven is en die net als ik deel uitmaakt van de gemeente van Christus, ‘opgezadeld’ word. Ook als dat een toerist is die tijdens de dienst de kerk komt binnengelopen, of de te luid zingende kerkganger met zweetvoeten naast ons in de kerkbank is. De aanwezigheid van die niet-zelfgekozen anderen is essentieel, en zelfs: heilzaam, voor de gemeenschap van Christus. Het ‘zelf’ van de gemeente wordt sociaal geconstrueerd: door de gemeenschap, waarvan ook ik deel uitmaak.

Dat ligt heel anders bij ‘het digitale zelf’ (of: cyber-self). Dat wordt door ons zelf geconstrueerd. Je anders voordoen dan je bent, niet je echte gezicht laten zien, verdwijnen wanneer je wilt of als je geen zin meer hebt, is digitaal allemaal gemakkelijker te doen dan acteren of een ruimte uitlopen en mensen achterlaten. Oftewel: de valkuil van volledig digitaal kerkzijn is dat ik zelf als individu in het middelpunt kom te staan. Dat staat, geloof ik, haaks op het evangelie, waarin ik toch vooral lees dat het niet primair gaat om mijzelf, maar om de Ander/ander. De bedoeling is niet dat ik organiseer hoe God een rol kan of mag spelen in mijn leven; het gaat erom dat wij worden opgenomen in het verhaal van God. En daar heb je de anderen (die je niet zelf uitkiest, maar die je wel gegeven zijn) dus altijd bij nodig. Misschien is de digitale kerk als een kerk die je zelf naar je hand zet wel wat ik als grootste valkuil zie.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *