Leo Koffeman bij het symposium DIGITALE FONTEIN

Beste mensen,

Waarom ben ik, samen met Jelle en Koos, enthousiast mee gaan organiseren aan dit symposium? Wat moet een boomer als ik ermee? Natuurlijk, ook ik maak gebruik van de digitale media. Whatsapp is prachtig, vooral voor het contact met kinderen en kleinkinderen. Ik heb een tijdje op Twitter gezeten, maar dat kostte me te veel nutteloze tijd. Ik heb nog wel een account op Facebook, maar ben er nauwelijks actief. En ik zit sinds enige tijd op LinkedIn, omdat dat helpt om aandacht te vragen voor mijn eigen website, en dus voor mijn wetenschappelijke publicaties. Maar dat is het dan ook wel.

Waarom dan toch mijn enthousiasme voor dit symposium?

Dat heeft allereerst te maken met mijn visie op de kerk. Ik ben een hartstochtelijk kerkmens. Al tegen de 50 jaar predikant, tientallen jaren betrokken geweest bij de opleiding van predikanten. Want ik geloof in de kerk! Bij alle feilen en falen die ik heel goed zie, geloof ik dat de kerk bij uitstek de manier is waarop God onder mensen herkenbaar wil zijn. In individuele gelovigen, maar meer nog in wat zij met elkaar hebben, in een gemeenschap die uitnodigt en uitdaagt. En dat des te meer in een tijd die bol staat van individualisme, en waarin het soms lijkt dat we elkaar vooral niet te dicht op de huid moeten zitten. Dat individualisme, daar geloof ik dus helemaal niet in!

Ik geloof dus ook dat de kerk van grote betekenis kan zijn voor mensen van nu. Als plek waar je iets van God kunt ervaren. En dat gun ik al die mensen die leven, eenzaam in hun eigen cocon, of samen in dezelfde bubbel.

Wij van de Fonteinkerk zijn hier een gemeente in Amersfoort-Zuid. Een gemengde wijk, zeker. Maar volgens mij veel meer koopwoningen dan huurwoningen. Veel meer oude dan nieuwe Nederlanders. Veel meer redelijk- tot hoogopgeleiden dan praktische analfabeten. Een wijk waarin mensen het over het algemeen goed voor elkaar hebben. In die wijk willen wij als wijkgemeente present zijn. Dat doen we ook wel, onder meer via muziek, thema-avonden en maaltijden. Zo proberen we present te zijn. Present.

Ik zie veel goeds in de zogenaamde presentietheorie. Wat dat betekent kan ik het beste duidelijk maken met een klein filmpje, van twee minuten, waarin onze Amersfoortse straatpastor, Bernadette van Dijk, uitlegt, hoe zij present, aanwezig is onder de dak- en thuislozen die er ook zijn in deze stad. Honderden. In nauwe samenwerking met de Amersfoortse kerken doen onze straatpastores hun werk. Wat betekent dat? Ik laat het u zien en horen.

Present zijn is wat anders dan evangeliseren. Dat zult u begrepen hebben, als u het al niet wist. Begrijp me goed, ik heb niets tegen evangeliseren. Hoe zou dat kunnen? Ik weet en zie dat allerlei organisaties, waarvan sommige ook hier vertegenwoordigd, velen bereiken met hun direct gerichte boodschap van Jezus Christus. Prachtig. Het werkt kennelijk onder bepaalde doelgroepen. Het is heel uitdrukkelijk zenden, de goede boodschap brengen, en pas in tweede instantie luisteren en in gesprek gaan. Prima, wat mij betreft.

Maar de presentietheorie volgt een omgekeerd model, en werkt naar mijn vaste overtuiging voor sommige doelgroepen beter. Als Bernadette zich bij wijze van spreken luid roepend en folderend door de straten van Amersfoort zou begeven om mensen van de straat te overtuigen van het heil in Christus, zou ze met weinig van deze mensen in echt contact komen. Ze hebben dikwijls veel wantrouwen tegen alles en iedereen opgebouwd in hun leven. Ook tegen alles wat met kerk en geloof te maken heeft. Door er voor hen te zijn, echt geïnteresseerd te zijn in hun levensverhalen, zonder vooroordeel of kant en klaar recept, bereikt zij de mensen wel. Zij straalt ontvankelijkheid uit, en wekt zo vertrouwen. En wat er dan gebeurt, is in de handen van de Eeuwige.

Ik denk dat dat voor bepaalde andere doelgroepen – al vind ik dat woord al niet zo gelukkig, maar vooruit – voor bepaalde andere doelgroepen ook zo werkt. En ook voor mensen in Amersfoort-Zuid waar ik het eerder over had. Mensen die in veel opzichten lijken op veel mensen in de Fonteinkerk. Mensen met een redelijke opleiding, een goede baan, een beginnend of gevorderd gezin. Mensen in deze wijk die ergens nog wel een kerkelijke achtergrond hebben, of (vaker) helemaal niet meer. Mensen voor wie kerk en geloof staan voor een vreemde en ongeloofwaardige wereld.

Ik verbaas mij soms over en erger mij dan ook nogal eens aan het beeld dat veel van zulke mensen lijken te hebben van kerk en geloof. De idee dat met gelovigen niet te praten is, omdat zij nu eenmaal van bepaalde vaste en onwrikbare geloofsvooronderstellingen uitgaan. De gedachte dat geloven vooral het onderschrijven van bepaalde stellingen, bepaalde waarheden is. De veronderstelling dat je eigenlijk alleen maar kunt geloven als je de eigen ratio buitenspel zet. Dat je om te geloven eigenlijk een beetje schizofreen moet zijn. Leven in deze wereld, en tegelijk in een parallelle geloofswereld. Of dat geloof een aardige, onschuldige hobby is En wat de kerk betreft: de idee dat de kerk er primair op uit is om mensen in een dergelijk schema te dwingen, bij de les te houden. Dat je in de kerk geen mondig mens kunt zijn.

Daarmee kom ik bij mijn vraag voor dit symposium. Hoe kan een kerk – bijvoorbeeld voor de zojuist door mij omschreven doelgroep – present zijn door middel van de digitale media? Kan dat werken in een wereld die gekenmerkt wordt door prachtige plaatjes en video’s,en zo ja, hoe dan? In een digitale wereld waarin het er voor velen vooral om lijkt te gaan jezelf van je beste kant te laten zien, ja meer dan dat: jezelf als iemand te laten zien die je in feite helemaal niet bent. In een wereld ook waarin het erom gaat, zoal niet jezelf dan toch in elk geval iets te verkopen.

Ook in die wereld kun je ongetwijfeld mensen bereiken door het spel mee te spelen. Door jezelf als gelovige of als gemeenschap van gelovigen te verkopen. Je eigen geluk en je eigen gelijk. Door jezelf een beetje mooier voor te doen dan je bent.

Maar kan het ook anders? Kunnen we – bijvoorbeeld als Fonteinkerk, maar elke kerk kan het dan op haar eigen manier invullen – via de digitale media aanwezig zijn in Amersfoort-Zuid op een kwetsbare en ontvankelijke manier? Zijn deze media daar überhaupt voor geschikt? Kan het zo dat die moderne, hoogopgeleide, well-to-do wijkgenoten, ervaren dat zij echt gezien worden zoals ze zijn? Kan er zoiets als een digitale community ontstaan, als een soort schil rond de fysieke community van de Fonteinkerk? Of misschien meer Amersfoort-breed, als een digitale community tussen en naast de dertien wijkgemeenten van Amersfoort, met inbegrip van wijken als Vathorst en Nieuwland in Noord?

Is dat mogelijk, een eerlijke, uitnodigende en uitdagende presentie als digitale community? Het is vooral die vraag die mij heeft gemotiveerd om mee te werken aan dit symposium. Ik stel mij van de opbrengst veel voor, met zo veel ervaring en inzicht bij elkaar.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *