Remmelt Meijer bij het symposium DIGITALE FONTEIN

Kerk na corona en de digitale media 

Meestal was ze op woensdagmiddag de eerste die aan kwam lopen bij de Bijlmerflat waar onderin wij onze kleine ruimte hebben. Maandenlang om 17.00 uur soep op de stoep, gekookt door Resto vanHarte die dit 5 deuren verderop vers kookte. Wij mochten met onze community uitdelen. Maar er gebeurde zoveel meer. De Molukse dame van 74 kwam opgewekt aanlopen met een extra tasje. ‘Doe maar 8 soepjes, ook voor m’n buren en voor…’ en ze noemde wat namen. Naar binnengaan mocht officieel niet echt, maar afhalen was een vertrouwde variant geworden in Nederland. Daar stonden ze dan, op de stoep. De een at ter plekke de hete soep op en maakte een praatje met een buurman die kwam aanlopen. Wat gebeurde er op die stoep in hartje Amsterdam Zuidoost?

Op de zondagen gingen we vanuit deze plek twee aan twee een bidwandeling doen of picknicken in het park tussen de flats. En om de veertien dagen bleven we onze kleine vieringen houden tot 30 personen. Wat me op begon te vallen tijdens de tweede coronagolf dat de voorzichtigheid plaats maakte voor steeds langer blijven zitten bij de lunch na de viering. Meer twintigers waren intussen aangehaakt, maar ook onze vrouw van 74 ontbrak zelden op zondag. Er was iets van opluchting, een een soort nieuwe verbondenheid die ondanks mondkapjes en afstandsregels eerder sterker werd dan losser.

Het donkerste moment was misschien wel de piek rond kerst. Met onze verbouwde bakfiets stonden we een aantal middagen voor kerst met soep, koffie en presentjes bij het winkelcentrum. Het was precies de tijd de de formele lijn gecommuniceerd werd om alles vooral stil te leggen, inclusief jeugdwerk. Nooit zag ik meer dankbare blikken van wildvreemde mensen voor de aandacht die we vooral uitdeelden. Een miniem momentje van verbondenheid en hoop.

Waarom vertel ik dit op een symposium over kerk en digitale media? Omdat de vraag is wat de uitdagingen van de kerk zijn na corona en in het digitale tijdperk. Dat laatste hebben we meer dan ooit ontdekt. Als alles weg lijkt te vallen red ons het internet. Ik heb me afgevraagd of het niet beter was geweest dat deze coronacrisis 15 jaar eerder had plaatsgevonden. Het is op z’n minst een boeiend gedachte-experiment: hoe zouden kerken de verbondenheid vorm hebben gegeven zonder de huidige digitale middelen? Heb je enig idee?

Tussen de eerste en tweede coronagolf schreven Peter Wierenga en ik een boekje over de toekomst van geloofsgemeenschappen. Herkerken. Als kerkbegeleiders zagen we dingen uitvergroot en versneld worden door corona, waar we in de kerkelijke praktijk al jaren mee te maken hadden. Het streamen van kerkdiensten liet nog meer dan voorheen zien hoezeer we vaak ingesteld zijn op zenden. Zenden van woorden vooral. Eenrichtingsverkeer. En de neiging tot een consumptieve houding van kerkgangers kreeg thuis op de bank nog met de pyjama aan een nieuw hoogtepunt. Wat opviel, was dat na een eerste piek grote groepen minder gingen kijken. De twintigers en dertigers waren al in de eerste golf was onze indruk. Het is de Netflix-generatie die on demand eigen keuzes heeft leren maken. Kerken die inzetten op streamen hebben geen idee van waar ze mee concurreren. Digitale media zijn geweldig, maar als je het doet, doe het dan wel goed. Inclusief je camerawerk en dat is wat anders dan een zwart bolletje op een paal halverwege de kerkzaal. Inclusief andere formats, want een standaard preek is niet geschikt om onaangepast door pixels doorgegeven te worden. En zelfs een katholieke eucharistieviering verbleekt op het televisiescherm bij wat het mysterie beoogt en kan doen voor wie werkelijk deelnemer is.

Een onderzoek van EO en ND liet zien hoezeer de jongere generatie afhaakte tijdens de tweede golf en dat een behoorlijk aantal mensen aangeeft minder of niet meer naar de zondagse diensten te komen. Is hiermee mijn visie op digitale media alleen negatief? Zeker niet. Laat me twee dingen mogen zeggen over wat me echt bezighoudt als het hierover gaat.

Het eerste is wel dit. Waarom ik begon met de verhalen op de stoep in de Bijlmer, is omdat één ding moeilijk te digitaliseren is: liefde. Ga dat maar eens streamen. Ik ben uiterst kritisch over digitale media als een nieuw gevonden goed dankzij deze crisis. Het meeste wat ik zag was niet meer dan een noodoplossing, maar het heeft tegelijk het probleem nog zichtbaarder gemaakt en niet opgelost. Dat probleem gaat over de grootste uitdaging waar elke kerk voor staat: hoe verbind je mensen weer echt met elkaar? Hoe vorm je levende communities of zo je wilt geloofsgemeenschappen? Hoe kan de kerk weer een familie zijn die aanschuift rond tafels. Dat waren we al verleerd omdat we dachten dat kerkbanken en liturgische tafels zouden volstaan, maar dat doen ze dus niet. Verbondenheid en relaties tussen mensen is misschien wel het grootste goed dat God ons meegegeven heeft. Het goede nieuws van het evangelie moet gevoeld, geproefd en geleefd worden. En dat zijn dingen die moeizaam in digitale formats om te zetten zijn. De kerk zou tenminste moeten inzetten op het fysiek belichamen van Jezus zijn voor elkaar en voor ieder die we tegenkomen. En pas daarnaast en in het kader daarvan is het zinvol om digitale middelen in te zetten als tweede spoor. Maar wat, als het eerste spoor al dood lijkt te lopen? Dat maakt mij uiterst kritisch.

Het tweede is: ik heb zelf genoten van de momenten van verwarring en creativiteit. Met Pasen hebben we een online paasmaal georganiseerd, waar kerkelijke en niet kerkelijke mensen op afkwamen. Vooraf was er dan wel weer zo’n fysiek momentje om eten uit te wisselen, maar de maaltijden waren thuis online op ZOOM. Geweldig. Zo is er meer goeds te vertellen. Mijn punt is vooral: volgens mij moeten digitale media voldoen aan een paar voorwaarden om werkelijk bij te dragen aan eigentijdse vormen van kerk-zijn.

Laat digitale media tenminste voldoen aan vier dingen.

  1. Laat wat je doet beeldvormend zijn en presentie opleveren daar waar de mensen zijn. Laat iets wezenlijks zien en ervaren met wat je aanbiedt.
  2. Laat het inclusief zijn en toegankelijk. Voor zoekers, voor twijfelaars, jongeren, ouderen: kies hierin maar zorg dat het niet de zoveelste kerkelijke bubbel wordt.
  3. Het belangrijkste wellicht: laat het relatievormend of tenminste relatieondersteunend zijn. Samen God zoeken in een online omgeving moet niet weer verzanden in ik in mijn eigen hoekje. Niet nog meer solo-gelovigen en hyperindividualistische reli-consumtpie svp.
  4. En als laatste: laat het werkelijk vernieuwend zijn en iets toevoegen, creatief, innovatief en geen slap aftreksel wat we al hadden en waar we ons al van afvroegen hoe lang die vorm houdbaar zou zijn. Durf dan ook echt te vernieuwen en mensen te verrassen en nieuwe doelgroepen te bewegen.

En misschien, heel misschien weten de contentmakers van digitale kerkelijke presentie het zo te programmeren dat je als vanzelf na het sluiten van je scherm uit je stoel overeind komt, de fiets pakt en even dat soepje komt eten op de stoep naast die anderen die je daar ontmoet.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *